(Zie ook het eerste gedeelte van de beschrijving van de Kraaikop)
Herkomst:
Behoren ook tot Nederlands oudste rassen, zij kwamen reeds in de 16e en 17e eeuw
al voor.
Net als voor veel andere Nederlandse rassen, zag het er aan het eind van 19e
eeuw somber uit voor de Ned.Uilebaarden. De oudste afbeelding van dit ras vindt
men in het boek over hoenders van R.F.Maitland (1882). Het is een zeer goede
afbeelding van de zilver-zwartgeloverde kleurslag.
Het was ook nu weer Dhr.Houwink die zijn schouders onder het ras zette voor
herstel. Hij begon op twee manieren. Omstreeks 1897 begon hij met de fokkerij
hiermee. Hij zocht tussen rasloze hoenders naar dieren die nog een 2 hoornige
kam hadden. Het resultaat van dit speurwerk waren 10 dieren waarmee hij de 2
hoornige-kam wilde vast leggen. Waar deze niet raszuivere dieren vandaan kwamen,
is niet bekend. Wel meldt dhr. Vries in 1942/1943 dat in het verleden op
Groningse boeren bedrijven nog wel eens " Oelebaorden" voorkwamen, die
in de jaren 40 van deze eeuw helemaal waren verdwenen.
Nederlandse Standaard
Vormbeschrijving
Romp; Krachtig ontwikkeld, gestrekt, breed in de schouders, naar de staart toe
smaller wordend.
Kop; Middelgroot, flink breed tussen de ogen, voor de kamhoorntjes, tussen de
neusgaten een rose-achtige gekleurde welving. Achter de kamhoorntjes enige groei
van kroesveertjes. Deze mogen niet te sterk ontwikkeld zijn en niet boven de
kamhoorntjes uitsteken.
Kam; Twee-hoornig, de hoorntjes ongeveer 1 ½ a 2 cm. hoog, kegelvormig
toegespitst tot een punt, midden op de kop en van terzijde gezien iets voor of
juist boven de ogen geplaatst en evenwijdig aan elkaar staande, fijn van
weefsel, helderrood.
Snavel; Middelang, krachtig, enigszins gebogen aan de punt, grote verhoogd
liggende neusgaten, kleur naar gelang die van het gevederte.
Kinlellen; Liefst geheel ontbrekend, steeds geheel bedekt door baard.
Baard; Vol, dicht bevederd, zoveel mogelijk ononderbroken, d.w.z. zo min
mogelijk ingesnoerd of ter plaatse van de kinlel-aanzetting onderbroken, zo
groot mogelijk, de wangen bedekkend en naar achteren boven de ogen reikend.
Oorlellen; Geheel door de baard bedekt, vrij klein, wit.
Ogen; Groot en levendig, bruinrood.
Hals; Ruim middellang, recht gedragen en slechts licht gebogen, halsbehang lang,
vol en vrij dik aangezet tot vlak bij de kop door achterwaartse groei door de
halsbehangveren.
Rug en zadel; Breed en enigszins afgeplat tussen de schouders, ruim middellang
met goede breedte over de gehele lengte, iets aflopend, in een kortronde hoek
overgaande in de staart, zadel breed, behang rijk ontwikkeld, bij de haan smal
en lang.
Borst; Vol, breed, vrij gerond, diep, van terzijd eenigzins naar voren gedragen.
Vleugels; Groot, breed en vrij lang, tamelijk aangetrokken en enigszins schuin
achterwaarts naar beneden gedragen, losjes rustend op de dijveren, zonder af te
hangen.
Schouders; Breed, goed gerond.
Staart; Rijk ontwikkeld, naar achteren doch niet laag gedragen, stuurveren breed
en tamelijk gespreid, sikkels lang, breed en fraai gebogen, staarddekveren
talrijk, lang en vrij breed.
Achterlijf; Tamelijk gevuld, donspartij goed ontwikkeld.
Dijen; Vrij sterk, middellang, goed bevederd.
Loopbenen en tenen; Benen recht en van voren gezien goed uit elkaar geplaatst,
loop benen middellang, vrij krachtig, onbevederd, kleur naar gelang het
gevederte, tenen 4 stuks, recht, goed gespreid. Kleur tenen gelijk aan die van
de benen.
Bevedering; Weelderig en iets los, donspartij goed gevuld.
Eventuele verschillen tussen haan en hen.
Behoudens secundaire geslachtskenmerken geen verschillen van betekenis,
kamhoorntjes bij de hen ¾ a 1 cm.
Ernstige fouten.
Te weinig baard ontwikkeling, gespleten of te sterk ingesnoerde baard, duidelijk
zichtbare oor- en kinlellen, ontbreken van 1 of 2 kamdoorntjes, sterke kamvlees
ontwikkeling voor de hoorntjes, kuifvorming.
Fouten; Bovenstaande ernstige fouten in mindere mate voorkomend, rijke
vederkroes achter de kamdoorntjes, grove of iets misvormde hoorntjes.
Gewicht: Haan 2,2 - 2,5 kg. Hen 1,6 - 1,8 kg.
Kleurslagen;
| VEERKLEUR | BEENKLEUR | BAARDKLEUR | SNAVEL |
| zwart | donker leiblauw | zwart | zwart |
| wit | leiblauw | wit | wit |
| gezoomd blauw | leiblauw | gezoomd blauw | leiblauw |
| koekoek | vleeskleurig wit | koekoek | wit/zwart |
| goud-zwartgeloverd | leiblauw | zwart | leiblauw |
| zilver-zwartgeloverd | leiblauw | zwart | leiblauw |
| geel-witgeloverd | leiblauw | roomkleurig wit | leiblauw |
| goudpel | donker hoornkleurig | geelbruin | donker hoornkleurig |
| zilverpel | donker hoornkleurig | wit | idem poten |
| moorkop | donker hoornkleurig | wit-goudgeel | donker hoorngoudbruin |
Nederlandse Uilebaardkrielen
De eerste Nederlandse Uilebaardkriel werd geëxposeerd op de
25-jarige jubileumshow bij Avicultura .Hoe hij dit dier heeft gefokt en hoe het
eruit zag is onbekend. Het opvallend dat de Uilebaard kriel als laatste in rij
B.K.U. krielrassen kwam, rond 1935. Dhr. Etteger zou er een groot aandeel in
hebben gehad, n.l. om Antwerpse baardkrielen te kruisen met Nederladse
Baardkuifkrielen krielen. Het doel was om Brabanter krielen te fokken.
Door deze manier van fokken was het niet zo verwonderlijk dat er ook Uilebaarden
te voorschijn kwamen.
Alle kleuren van de grote zijn ook erkent bij de krielen, hieraan kan de
zilver-parelgrijsgeloverd aan toegevoegd worden. Inplaats van een zwarte
lovering bij de zilver-zwartgeloverd is dit vervangen door parel-grijs.
Nieuwe kleur bij de krielen
In het jaar1989 maakte ik een start om de kleur "ZILVER-PARELGRIJSGELOVERD"
te gaan fokken. Er waren enige parelgrijze jonge dieren tevoorschijn gekomen uit
een stam, deze heb ik gebruikt om ermee door te gaan.
Deze heb ik gekruist met zilver-zwartgeloverd weliswaar 2 foklijnen. Hieruit
kwamen allen zilver- parelgrijs uit, dus dat betekende voor mij dat de kleur
fokzuiver (homozygoot) was. De lovering werd na een paar jaar wat te klein. Toen
heb ik een Hollandshoen haan gebruikt, (ook weleens Hamburgers genoemd), deze
had een kleine kam en kinlellen en mooie sikkels. Maar de oogkleur is bij
Hollandshoen te donker, dus ik moest via selectie daar uit zien te komen, de
sikkels en de lovering leverde een verbetering op.
In het jaar 1997 stuurde ik 2 jonge hanen en hennen voor het eerst in op de
Noordshow tevens Bondsshow in Zuid-Laren in om verder te kunnen moest je
minimaal G (goed) gehaald hebben.
Twee dieren kregen een ZG (zeer goed) en 2 kregen er een G. Dus reden genoeg om
door te gaan.
In 1998 moest je 1 oude haan, 1 oude hen en 4 jonge dieren ieder van een ander
geslacht.
Ook hier haalde ik voldoende punten mee om door te gaan. Het jaar 2000 had ik
als streven om het jubileumhoen in te zenden en erkent te krijgen, dat lukte mij
met goed resultaat. Ze zijn erkent door de standaard commissie van de Bond (
N.H.D.B.)
Er moet nog wel wat verbeterd worden, zoals de staart waar ik een lovering op
wil hebben, bij de hennen is het al enige jaren, maar bij de hanen moet het nog.
Ook de baard mag wat groter en de veerstructuur is bij parelgrijs wat losser dus
werk genoeg.
Nederlandse standaard voor de krielen:
Algemene indruk, eigenschappen, vormbeschrijving, verschillen tussen haan en
hen, ernstige fouten, fouten en kleurslagen zijn precies zoals bij de grote
Uilebaarden.
De krielen zijn 1/3 van grootte van de grote Nederlandse Uilebaard.
Gewicht : Haan: 700 - 800 gram. Hen : 600 - 700 gram.
© Jan Kraan
E-mail: jan.kraan@hetnet.nl
TE KOOP BIJ JAN:
Authentieke drink-klokken zoals uit de tijd van Dhr.van Gink.
De klokken zijn gemaakt van handgedraait aardewerk en geglazuurd met loodvrije glazuur.
Dit heeft als voordeel dat het water met warm weer langer koel blijft en het minder snel bevuilt.

© Foto's van Loes Schutters
http://www.schutters.net/kippen

© Overgenomen met toestemming van AVICULTURA
Kraaikoppen en Nederlandse Uilebaard