Dit is een pagina van de site:KIPPENRASSEN
De Schijndelaar

Ongeveer 25 jaar geleden ontstond bij Ruud Kaasenbrood, dierenarts uit Schijndel,het idee een nieuw Nederlands ras te creŽren.
Dit ras zou alle goede eigenschappen en vitaliteit van een boerenhoen moeten hebben, een klein kuifje weinig kopversierselen en een horizontaal gedragen lange staart (Sumatra), bovendien moest het groene eieren leggen, een eigenschap van de Araucana. Begonnen werd met Araucana's, de hennen werden gekruist met Sumatra hanen, dit leverde geen bevrucht ei op. De Sumatra hen met de Araucana haan had wel resultaat. Vervolgens werden er ook Brabantse Boerenhoenders en een Australorp ingekruist.
Door selectie op hardheid, groene eieren, sierlijkheid en bruikbaarheid
werd uiteindelijk de zwarte en de blauwe Schijndelaar. Later werd er nog ťťnmalig een koekoekkleurige Hollandse Witkuif ingekruist, de kuiven kregen hierdoor het gewenste resultaat en er ontstond ook een koekkleurige lijn bij de Schijndelaar.
Harry Oetelaar kruiste in de beginjaren negentig een witte Leghorn in om de
eiproductie te verhogen en hieruit zijn later de dominant witte Schijndelaars ontstaan.
De NHC was positief over de witte Schijndelaar en deze werd getoond op de 100-jarige jubileumshow. Vervolgens volgde de officiŽle erkenning op de Bondsshow van de NHDB in Zuidlaren.

Beknopte standaardomschrijving
Sierlijk, middelgroot fazantachtig hoen, waarvan de hennen blauwe tot olijfgroene eieren leggen. Ze hebben een vrij lange romp, lang en rijk ontwikkeld zadelbehang en een bijna horizontaal gedragen staart die zeer rijk bevederd is. Kenmerkend zijn de drie kleine kinlellen en een kleine 3-rijige erwtenkam. Bovendien hebben ze een kleine kuif. De oogkleur is oranjerood en de pootkleur is geel.
Gewicht haan: 2 tot 2,5 kg en de hen 1,5 tot 2 kg.

© Joke Osinga, bron AVICULTURA

 © Foto's K.v.d.Hoek

Foto's overgenomen met toestemming van AVICULTURA