Geschiedenis
Vanaf 1850 werden er in België Brahma's ingevoerd, deze werden door fokkers uit
de omgeving van Mechelen gekruist met de plaatselijke koekoekkleurige
landhoenders. Later werden er ook nog andere rassen ingekruist zoals de
Langshans en Cochins. Er ontstond een uitstekend slachthoen; het Mechels hoen.
Voor de Duitse markt is geprobeerd het ras nog zwaarder te krijgen, het Mechels
hoen werd hiervoor gekruist met de Brugse vechter, hierdoor creëerde men een
erwtenkam, sterk ontwikkelde wenkbrauwen, een sterke snavel en een opvallende
keelwam naast een zwaarder gewicht. Dit subras is de Mechelse kalkoenkop.
Er bestaat geen krielvorm van dit ras.
Beschrijving
Een groot zwaar vleeshoen met een lange brede rug en een gespierde borst. De
stevige vleeskleurige poten staan gespreid en zijn bevederd.
De zware kop is breed en heeft oranje rode ogen, rode oren en een witte snavel.
De kam is enkel kam (erwtenkam bij de kalkoenkop) met 5 of 6 kampunten.
Gewicht: 5 kg voor de haan en 4-4,5 kg voor de hen.
Kleurslagen
In Nederland zijn de kleuren koekoek en wit erkend, in België naast
deze beide kleuren ook zwart, columbia, zilver en goud.
Eigenschappen
De eiproduktie is zo'n 140 tot 160 gele eieren per jaar, de hennen kunnen broed
worden.
Het zijn vertrouwelijke rustige dieren die tegen een stootje kunnen. Zij hebben
een aangeboren neiging tot zwaarlijvigheid dus oppassen met voeren.
Het Mechels hoen is zeer geschikt voor een vrije uitloop en de vlieghoogte is
heel beperkt.
© Joke Osinga
![]() |
© Overgenomen met toestemming van AVICULTURA |