Dit is een pagina van de site:KIPPENRASSEN
Kraaikop

Twee Oud-Nederlandse rassen, de Kraaikop en de Uilebaard, waarvan de voorouders zijn ontstaan in de Middeleeuwen en ons pluimveebestand kwamen versterken.
Vermoedelijk zijn de voorouders in de vroege Middeleeuwen, door Hollandse zeevaarders meegenomen uit het Oostzee grenzend gebied zoals Rusland en Polen.
Indertijd bestond er het Hanze-verbond, een overkomst tussen een aantal landen waarbij ook Nederlandse steden waren aangesloten.
Nederlandse kooplieden voerden uit Novgorod graan, hout, honing en pelzen aan. Gezien het agrarische karakter van deze producten is de kans groot dat ook pluimvee bij de handelswaar behoorde. Hierbij realiseerde men zich dat deze soorten vermoedelijk een luxeartikel waren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze dieren door zeventiende-eeuwse schilders nadrukkelijk worden afgebeeld. De "gewone landhoenders ontbraken of kregen een plaatsje op de achtergrond.
Volgens Houwink, in een artikel in Avicultura in 1930, vormde het Seailhoen ofwel het Sultanhoen de basis voor al onze kuif- en baardrassen. Een bewering die later ook door anderen is herhaald. Bekijkt men de afbeelding van de eerste Sultanhoenders zoals deze in het midden van de vorige eeuw ( 1800) naar Engeland zijn gekomen, dan is dit ook een mogelijkheid.
Vermoedelijk ligt de basis van dit ras ook in Rusland.

Het geheel overziend, moet men zich realiseren dat alle theorieŽn over de herkomst van deze rassen gebaseerd zijn op een enkele mededeling of beschrijving uit het verleden.
In de rij van deze rassen komt de Kraaikop het eerst voor bij de Nederlandse Hoender Club afgekort in het vervolg ( N.H.C.).
De kop van de Kraaikop is het model voor het logo van de N.H.C. Als ťťn der meest typische verschijningen onder de Nederlandse rassen, waren de Kraaikoppen het eerste ras waarmee de fokkers toen zijn begonnen. Verder kan als inleiding nog worden opgemerkt dat tijdens de Landbouw tentoonstelling in 1884 Kraaikoppen door een Duitse inzender waren ingestuurd in de klasse: "Hoenders, bijzonder goede eierleggers zijnde". Nederlandse inzenders ontbraken.
Op deze show is geen aandacht aan het uiterlijk besteed.

Kenmerken:
Alvorens alle soorten wetenswaardigheden van de Kraaikop te vermelden, eerst een korte beschrijving van het ras, zodat verwarring met andere rassen is uitgesloten.
De Kraaikop is de reus onder de Oud-Nederlandse hoenderrassen, Vergeleken met de andere rassen die in het verleden de hoenderhof bevolkten, is de grootte van de dieren het eerste kenmerk.
De houding van de Kraaikop is opgericht, fors, maar slank met een enigszins aflopende rug en vrij hoog gesteld. Het ras komt voor in zwart, wit, koekoek en gezoomdblauw.
De Kraaikop heeft een aantal typische kenmerken waarmee het ras zich onderscheidt van ander hoenderrassen. De naam hebben ze te danken aan de snavel en de kop, die veel gelijkenis vertonen met die van een Kraai. Het opvallende aan deze kop is het volledig ontbreken van een kam. Inplaats hiervan is sprake van een een kleine schedelverhoging waarop een aantal stijve, haarachtige, naar achteren groeiende veertjes is geplaatst. Kenmerkend zijn daarnaast de opengespalkte neusgaten, die zich laten zien in de vorm van een hoornachtige, zadelvomige verhevenheid, veroorzaakt door de recht opstaande randen boven de snavel.
Naast de kop vallen als eigenschappen op de hoge beenstelling, voetbevedering en gierhakken.
Gierhakken zijn schuin naar beneden, achterwaarts groeiende veren aan het dijbeen.

Naam aanduidingen in andere Europese landen zijn;
Engels-talige landen - Breda Fowl
Frans-talige landen - Poule de Breda of Poule Bec de Corneille
Duits-talige landen - Breda Huhn.

Nederlandse Standaard

Algemene indruk en eigenschappen:
Een fors, vrij hoog gesteld hoen van het landhoentype met opgerichte houding, opvallende gierhakken en typische kuif- en kamloze kop.

Vormbeschrijving
Romp: Breed tussen de schouders, slechts weinig smaller wordend naar achteren; diep.
Kop; Middelgroot, vrij kort, tamelijk breed tussen de ogen, kop toont klein door het ontbreken van enige kamvorming. Boven de verhoogd liggende neusgaten bevindt zich een zadelvormig uitgeholde afdekking van het schedeldak, waarachter zich een zeer geringe verhevenheid, begroeid met kroesachtige fijne veertjes, bevindt, wangen rood, soms wat haarachtige veertjes.
Kam; Ontbreekt, op het schedeldak en de basis van de bovensnavel mag geen rood kamvlees aanwezig zijn.
Snavel; Tamelijk fors, vrij sterk gebogen, neusgaten iets verhoogd liggend en iets opengespalkt.
Kinlellen; Middellang, goed afgerond, helder rood.
Oorlellen; Vrij klein en langwerpig, wit.
Ogen; Vrij groot, roodbruin tot oranje.
Hals; Ruim middellang, rechtop en niet naar achteren gedragen, geleidelijk dunner wordend naar de kop, halsbehang flink ontwikkeld, de hals vrijwel omsluitend en afhangend tot op de schouders.
Rug en zadel; Vrij lang, breed over de gehele lengte doch vooral tussen de schouders, enigszins aflopend naar achteren, in een kortronde doch stompe hoek overgaande in de staart, zadel breed. Zadelbehang goed ontwikkeld.
Borst; Breed, diep, vol, iets naar voren doch niet te hoog gedragen.
Vleugels; Breed, niet te lang, goed aangesloten gedragen.
Schouders; Breed goed afgerond.
Staart; Goed ontwikkeld, stuurveren breed en vrij lang, enigszins gespreid en tamelijk opgericht gedragen, lange en sierlijk gebogen sikkels bij de haan.
Staartdekveren goed ontwikkeld, fraai aansluitend bij de kleine staartdekveren en het zadeldek.
Achterlijf; Vrij diep en vol.
Dijen; Vrij krachtig, goed bevederd, van voren gezien flink uit elkaar geplaatst en tamelijk lang, aan de buitzijde voorzien van lange, naar verhouding tot hun lengte, vrij smalle gierhakken.
Loopbenen en tenen; Recht onder het lichaam geplaatst, krachtig, ruim middellang, aan de buitenzijde bevederd, vier tenen, middellang, goed gespreid, middenteen matig, buitenteen tamelijk sterk bevederd, loopbenen en tenen in kleur variŽrend naar de kleur van het gevederte.
Bevedering; Normale bevedering en donspartij.

Eventuele verschillen tussen haan en hen:
Behoudens secundaire geslachtskenmerken geen verschillen van betekenis.
Ernstige fouten:
Smalle en sterk aflopende lichaamsbouw, te geringe grootte, te lage of te hoge beenstelling, te sterk afhangende vleugels, te laag of te hoog gedragen staart, te losse of te krappe en te korte bevedering, kam vorming.
Fouten: Bovenstaande ernstige fouten in mindere mate voorkomend.

Gewicht; Haan 2,5 - 3 kg. Hen : 1,75 - 2,25 kg.

Kleurslagen;
Zwart: Kleur van haan en hen mag niet glanzend zijn doch wel diepzwart. Snavel zwartachtig hoornkleurig. Loopbenen en tenen donker leiblauw met donkere gloed op de schubben bij jonge dieren.
Wit : Kleur van haan en hen schoon wit zilverachtig. Snavel hoornkleurig wit. Loopbenen leiblauw.
Gezoomd blauw: Blauwe veer met een donkere zoming. Snavel donker hoornkleurig. Loopbenen en tenen donker leiblauw.
Koekoek : Kleur bevedering wit en zwart V-vormig om en om getekend. Snavel hoornkleurig wit. Loopbenen en tenen wit met enige zwarte vlekken tot lichtgrijs.


Kraaikop kriel

Ontstaan in de jaren 1930. Opnieuw "geÔntroduceerd" in het jaar 1982 door Albert Jansen en Jan Kraan, de laatst genoemde fokte al de grote Kraaikoppen met succes en wilde voor zijn dochters de krielen fokken.
Er waren op dat moment nog 6 krielen bij een fokker te verkrijgen maar er was een strakke inteelt gepleegd, er waren 5 dieren zonder nagels, 1 wit haantje bleef er over die waarschijnlijk nog wat kwaliteit in huis had om te gebruiken voor verdere fok.
Albert Jansen schafte een zwarte sabelpoot en een zwart Nederlands Uilebaard kriel aan en fokte hier al de 50% Kraaikop kriel uit deze kruiste wij met het witte haantje en na ongeveer 3 jaar hadden wij de krielen nog enigszins met goud in de halsbevedering.
Nu zijn er ongeveer 10 fokkers in Nederland die zwart- wit- gezoomdblauw en koekoek fokken.
Ikzelf fok al enige jaren met succes de zwarte en de koekoek kleur.
Nu ben ik van plan om buff-koekoek te gaan fokken.

Nederlandse standaard voor de krielen:

Algemene indruk, eigenschappen, vormbeschrijving, verschillen tussen haan en hen, ernstige fouten, fouten en de kleurslagen zijn precies zoals bij de grote Kraaikoppen.

De krielen hebben 1/3 van de grootte van de Kraaikoppen(groot).
Gewicht : Haan: 900-1000 gram. Hen : 700-800 gram.

De hanen zijn absoluut geen vechters, ze zijn zelfs vriendelijk.
De hennen leggen gemiddeld 200 eieren per jaar, de grote kraaikoppen 55 gram, de kraaikop krielen 45 gram.

© Jan Kraan
E-mail: jan.kraan@hetnet.nl

TE KOOP BIJ JAN:
Authentieke drink-klokken zoals uit de tijd van Dhr.van Gink.
De klokken zijn gemaakt van handgedraait aardewerk en geglazuurd met loodvrije glazuur.
Dit heeft als voordeel dat het water met warm weer langer koel blijft en het minder snel bevuilt.

           

 
© Joke Osinga  

 

     
© Overgenomen met toestemming van AVICULTURA

Kraaikoppen en Nederlandse Uilebaard