Dit is een pagina van de site:KIPPENRASSEN
Drents hoen

Geschiedenis

De Drentse hoenders danken hun naam aan de provincie Drenthe, de naam is gegeven door de heer Houwing rond 1900. In die tijd kwam dit hoen voornamelijk in Drenthe voor. Zij stammen af van het landhoenras dat in het verleden op de oostelijke en zuidelijke zandgronden voorkwam, er is dan ook verwantschap met het Ardenner hoen.
De belangstelling voor het ras verdween toen de nieuwe produktierassen kwamen.
In de Tweede Wereldoorlog werden de Drentse hoenders via "het Spelderholt" in leven gehouden.
Drentse krielen waren er al voor de Tweede Wereldoorlog, alleen stonden zij toen bekend als boerenkrielen. Rond 1960 werd waarschijnlijk pas de naam Drentse kriel gebruikt.

Beschrijving

Een licht gebouwd landhoen, korter en forser dan het Friese hoen. Opgerichte houding, met iets aflopende rug en grote vleugels die iets schuin naar achteren gedragen worden. Een middelgrote kop met een enkele kam, korte kinlellen en witte oren. De ogen hebben een oranjerode kleur en de middellange benen zijn leiblauw.
Het gewicht van de haan is 1,7-1,9 kg. de hen weegt 1,3-1,5 kg.
Bij de krielen weegt de haan 700-880 gram en de hen 600-700 gram.
Er bestaat ook een bolstaart vorm.

Kleuren

Alle patrijskleuren en varianten. Bij de krielen zijn er 17 erkend en bij de bolstaarten 26.

Eigenschappen

Levendige en beweeglijke kippen, meestal wat schuw. Ze zijn heel geschikt voor een vrije uitloop, een beperkte ruimte kan als er maar niet teveel dieren in gehouden worden.
Drentse hoenders kunnen vrij goed vliegen.
De leg is behoorlijk (voorjaar en zomer), zo'n 200 eieren per jaar en de hennen worden weinig broeds.
De krielvorm van deze dieren legt in verhouding een groot ei van 35-40 gram, wit van kleur.

Joke Osinga

    
Foto's Jozef Wolter en K.v.d.Hoek
overgenomen met toestemming van AVICULTURA

Foto van Marinda van Ruitenbeek