Geschiedenis
Een heel oud ras afkomstig uit China wat rond 1842 naar Engeland kwam, toen werden zij nog Shanghais genoemd en dit waren dieren die zowel op Cochins als op Brahma's leken. In 1843 kreeg Koningin Victoria van Engeland een aantal hoenders die uit "Cochin China" (nu Vietnam) kwamen en hierdoor werd het ras snel populair. De Cochin krielen kwamen rond 1860 naar Engeland en zijn in feite een heel ander ras dan de grote Cochin en niet echt een verdwerging, in sommige andere landen wordt de kriel ook wel Pekingkriel genoemd.
Beschrijving
De Cochin is naast de Brahma één van de grootste rassen, het is vooral een ronde kip met veel bevedering en dons, ook de benen en voeten zijn bevederd. De dieren hebben een enkele kam op een kleine kop, smalle rode oorlellen en oranjerode ogen. Bij een Cochinkriel zijn de benen bijna niet te zien zo laag staan ze op hun poten, het lichaam helt meer naar voren dan bij de grote Cochin. Daarnaast is de bevedering veel losser, er bestaan naast de "normale" ook krulvederige Cochinkrielen. Het gewicht van de haan kan 5 kg. bedragen en voor de hen is dit 4 kg, bij de krielen is dit 1100 en 900 gram.
Kleurslagen
Voor de grote hoenders: buff, wit, meerzomig patrijs, zwart, blauw (ongezoomd) en koekoek. En voor de krielen is dit wit, zwart, zwart witgepareld, blauw witgepareld, blauw (ongezoomd), buff, koekoek, meerzomig patrijs, berken, tarwe, zilvertarwe, columbia, geelkoekoek, parelgrijs en buff columbia
Eigenschappen
Zowel de grote Cochin als de krielen zijn zeer lief van karakter, zij laten zich gemakkelijk aaien en optillen en zijn daarom ook erg geschikt voor kinderen. De dieren kunnen door het gewicht en de kleine vleugels niet goed vliegen en daarom moet de zitstok ook niet te hoog geplaatst worden. Het aantal eieren ligt rond de 180 per jaar, de hennen kunnen nogal eens broeds worden.

© Joke Osinga