Geschiedenis
De Ardenner is het oudste Belgische hoenderras dat voornamelijk in
Oost-België voorkwam. Waarschijnlijk stamt het rechtstreeks af van de oude
Gallische landhoenders.
Door de jaren heen is de Ardenner altijd vrij zeldzaam geweest, er waren niet
veel liefhebbers voor dit ras.
Begin 1900 werd de krielvorm gecreëerd, het grote hoen werd hiervoor gekruist met Bassetten en met Engelse (vecht)krielen. In 1913 werd in België de kriel erkend.
Beschrijving
Het is een levendig middelmatig groot landhoen.
De vorm is slank. De tamelijk lange rug loopt af naar achteren. De staart van de
haan is goed ontwikkeld, met mooi gebogen sikkels. De staart van de hen word wat
gesloten gedragen. De hals is lang. De borst is breed en wordt goed naar voren
gedragen. De huidpigmentatie is donker behalve bij de witte kleurslag.
Het meest opvallende is de donkere kop, de kleur van de enkele kam, lellen en het gezicht is levendig donkerrood bij de haan en zwartachtig van kleur bij de hen.
De snavel is donker van kleur. De middellange benen zijn donkerblauw en de nagels zijn hoornkleurig.
Het gewicht van de haan is 2,5 kg en de hen weegt 1,5-2kg.
Bij de krielen is het gewicht van de haan 700 gram en de hen weegt 600 gram.
Kleurslagen
Patrijs,
zilverpatrijs, goudhalzig zwart, zilverhalzig zwart, zwart, wit en zalmkleur.
Geelberken bestaat ook maar is in Nederland niet erkend
Eigenschappen
De Ardenner moet niet in een te kleine ruimte gehouden worden, zij willen graag
vrij zijn. De kippen kunnen goed vliegen en zij zoeken hoge afgelegen plaatsen
op om te overnachten.
De leg bedraagt zo'n 150 helderwitte eieren per jaar, daarnaast zijn de hennen
goede broedsters en verzorgen zij de kuikens goed.
De krielen zijn van nature vertrouwelijk van aard, ook zij gaan graag de bomen
in dus moeten eventueel in een overdekte ren gehouden worden. Zij verder stellen
geen hoge eisen en deze krielen kunnen goed in wat kleinere hokken gehouden
worden.
Er komen ook bolstaarten voor.
© Joke Osinga